Home Over mij Nieuw Opsturen monster Uitslag Tarieven Links Contact

Mok

Mok is een verzamelnaam voor verschillende vormen van huidirritaties aan de onderbenen van het paard. Meestal is de kootholte voornamelijk aangedaan. Mok is niet besmettelijk voor andere paarden, wel is mok een multifactoriële ziekte. Er zjn veel verschillende oorzaken en geregeld komen deze gecombineerd voor. Een beperkte opsomming van oorzaken:


Met behulp van een huidkrabsel zou eventueel mijt of schimmel op te sporen zijn als veroorzaker. Dit moet met de microscoop worden bekeken. Het is echter wel moeilijk om een goed huidkrabsel te nemen, omdat dit op de grens aangetast/gezond moet worden genomen. En eigenlijk tot bloedens toe.

Op het internet zijn vele mogelijke oplossingen te vinden om mok te bestrijden maar meestal ben je pas succesvol als de oorzaak gevonden is en gerichte therapie kan worden gedaan. Overleg met je dierenarts of vraag mij om een huidkrabsel te nemen zodat ik misschien wel de mijt of schimmel kan vinden.
Soms is het al voldoende om te wassen met betadine shampoo (blijven in wrijven totdat bruine kleur is verdwenen) en goed drogen. Als het mogelijk is, goed de huid te onderzoeken of er huidirritatie is. Zo ja, dit proberen te laten helen. Zo nee, denken aan andere oorzaken zoals mijten. Maar misschien kun je je ook vinden in onderstaand artikel wat ik heb overgenomen van ABCreatief.com.

grote bloedworm grote bloedworm

Mok en rasp, één van de grootste ergernissen van eigenaren van sokkenpaarden. Het wordt algemeen aangenomen dat mok en rasp komt door nattigheid en broeiende sokken. Er wordt beweerd dat sokken water opnemen, dat zou gaan broeien, en daardoor zouden de wonden ontstaan. Het is logisch dat mensen dit denken, want er zijn in verhouding veel meer sokkenpaarden met mok dan warmbloeden. In werkelijkheid zit het verhaal heel anders in elkaar.

In de huid zitten talgklieren, deze talgklieren scheiden een vettige stof af. Die talg komt dus in de vacht en sokken te zitten. En zoals iedereen weet: vet stoot water af. Sokken zorgen dus juist dat er geen water en vuil in de koten kan komen. Dit is heel slim van moeder natuur, want sokkenpaarden leven van nature in gebieden waar het altijd nat is. Warmbloeden zouden dus dag in dag uit natte en koude benen hebben, maar koudbloeden niet.
Dat betekent niet dat je paard nooit mok kan krijgen als hij in het water staat.

Als de sokken regelmatig worden gewassen dan verliezen de sokken hun talglaag en gaan wel water opnemen. Als een sokkenpaard tot aan zijn knieën in de modder staat dan wordt uiteindelijk ook hun talglaag weggespoeld en gaan de sokken ook water opnemen. En als de benen in aanraking komen met een bijtende stof (zoals ammoniak bij paarden die op stal staan) dan kan de huid ook worden aangetast en kunnen er ook wondjes ontstaan.
In ieder geval kun je het beste niet de sokken scheren. Als je gaat scheren dan komt er juist weer makkelijker vuil en ammoniak bij. En een ander groot probleem bij scheren is dat het ontzettend gaat irriteren als de haartjes weer teruggroeien, denk maar aan de jeuk die je soms hebt als je je benen of bikinilijn hebt geschoren.
Een andere oorzaak van 'mok' is mijt, ook wel beenschurft genoemd. Mijten zijn minuscule beestjes die tunneltjes graven onder de huid. Ze veroorzaken ontzettend veel jeuk. Mijten komen vaker bij sokkenpaarden voor, doordat ze vanuit het lange gras makkelijker in de sokken omhoog kunnen kruipen. Mijten kun je met het blote oog niet zien, je kunt wel wat schilfertjes in de sokken zien zitten. Verder kun je het vooral herkennen aan het gedrag van het paard; als een paard regelmatig op de grond stampt en aan zijn sokken knaagt, en je kunt geen wondjes of luizen vinden, dan is het waarschijnlijk mijt. De dierenarts kan uitsluitsel geven door een schraapsel te onderzoeken.
Deze mijten kunnen zo erg jeuken dat paarden hun benen tot bloedens toe open bijten en stampen. Dit wordt dan vaak aangezien voor mok, maar officieel is het geen mok. Het kan wel omslaan in mok, doordat er vuil in de wondjes kan komen. Deze mok van buitenaf reageert meestal goed op de zalfjes die de dierenartsen meestal voorschrijven. Maar meestal zitten zelfs dierenartsen met hun handen in het haar als ze sokkenpaarden met mok tegenkomen, en wordt het bestempeld als 'chronische mok'. Paarden met sokken zijn dus helemaal niet zo gevoelig voor nattigheid. Maar hoe komen dan zoveel sokkenpaarden aan mok? Het antwoord zit binnenin.
Koudbloeden zijn sobere paarden die nog heel dicht bij de natuur staan, en in de natuur en bij de zigeuners altijd leefden op lang, grof natuurgras met weinig suikers. Door de vele brok met melasse, granen en suiker en de groene Nederlandse weilanden krijgen koudbloeden veel meer suiker binnen dan waar hun lichaam op berekend is. Daarnaast werken ze geen 10 uur per dag zoals vroeger, en kunnen alle suiker daardoor niet omzetten in energie. Een deel van de suiker wordt daardoor omgezet in vet, een ander deel wordt opgeslagen in de lever. De lever produceert dan afvalstoffen, maar door het verkeerde voer komen er te veel afvalstoffen in het lichaam, en kan het lichaam ze niet op tijd afvoeren. Deze afvalstoffen kunnen zich onder andere gaan ophopen in de manenkam, de staartaanzet en de benen. Het lichaam kan proberen om deze afvalstoffen via de benen uit te scheiden, en daardoor ontstaat er jeuk aan de benen. De huid raakt geïrriteerd en er komen schilfers die op roos lijken. En dat is het begin van mok.
Meestal wordt er dan naar allerlei middeltjes verwezen om erop te smeren, worden de sokken geschoren, en worden de paarden 'droog' op stal gezet. Het lijkt in het begin te werken, want door die middeltjes wil de huid nog wel eens een beetje kalmeren. Maar het gaat niet weg.
Logisch natuurlijk, want die afvalstoffen willen nog steeds eruit. Dus; we gaan de oorzaak aanpakken! Ten eerste moet er worden gezorgd dat er minder nieuwe afvalstoffen worden aangemaakt. Ten tweede moeten de huidige afvalstoffen worden afgevoerd.
De afvalstoffen komen dus vooral binnen door een teveel aan suiker. Het is belangrijk dat je sober gaat voeren. Dat wil zeggen:

  1. Vervang je kuil en gras door grof hooi van tweede of derde snede, liefst van een licht bemest of onbemest land. Voer voldoende hooi, want hoe meer de darmen blijven werken, hoe beter de spijsvertering werkt en hoe beter afvalstoffen kunnen worden afgevoerd. De norm is 1 tot 2 kg droge stof per 100 kg paard. Aangezien hooi zo'n 85% droge stof bevat, heb je minimaal 6 kilo hooi nodig voor een paard van 500 kilo.
  2. Zorg voor speciaal voer (bijvoorbeeld Safe&Sound van Dodson&Horrell of Marstall Vito, deze bevatten allebei niet meer dan 10% suiker) en geef niet meer dan nodig. De meeste paarden kunnen op alleen hooi leven. Het beste kun je 's morgens en 's avonds 100 gram geven voor het idee (wel langzaam afbouwen natuurlijk) en alleen na een zware training een schep om de verloren calorieŽn bij te voeren.
  3. Geef geen fruit, groente en snoep. Wortels en appels zitten vol suiker. Wil je toch graag belonen met een snoepje, koop dan in de dierenwinkel een doos met caviasnoepjes bijvoorbeeld. Die zijn een stuk kleiner dan paardensnoepjes, met minder suiker, en vaak met gezonde kruiden toegevoegd.
  4. Zorg dat je paard zo veel mogelijk kan rondlopen, maar niet te veel gras kan eten. Een korte wei of een paddock met hooi is ideaal, maar als het paard op een volle wei staat dan kan een graaskorf een tijdelijke oplossing zijn. Zo niet, dan is het verstandig om een kleiner stuk in de wei af te zetten met lint.

Nu de toevoer van afvalstoffen is stopgezet, kun je beginnen met het afvoeren van de opgehoopte afvalstoffen. Ik heb zelf goede ervaringen met de mokthee, genaamd 'chevadonyll' van chevalcare. Deze kruidenthee bestaat uit een aantal kruiden die onder andere zorgen voor een betere functie van de lever, de lymfeklieren, de bloedsomloop en die afvalstoffen helpen afvoeren en de huid verzachten.
Na enkele weken zien de meeste mensen al duidelijk verbetering.

Hoe te zorgen dat het niet terugkomt?
Ten eerste moet je blijven letten op de voeding. Let op de fructaanindex, en zet je paard niet op wei als het bijvoorbeeld vriest en de zon schijnt, of als het erg droog is met veel zon. Dan zit er extra veel fructaan in het gras. En daarnaast kun je uiteraard af en toe een zakje mokthee kopen en preventief voeren, om de mogelijk opgehoopte afvalstoffen weer af te voeren.
Zelf heb ik recent een zak gedroogd kleefkruid gekocht. Kleefkruid ondersteunt ook de lymfeklieren en zuivert het bloed. 20 gram per dag door het voer heen is genoeg. Maar je kunt natuurlijk ook je eigen verse kleefkruid plukken en laten drogen, dat is nog beter en ook nog goedkoper!
Naast mok hoor je ook regelmatig het woord 'rasp' voorbij komen. Maar de betekenis van rasp verschilt nogal eens. De verschillende betekenissen zijn:

  1. Schilfers/geïrriteerde huid aan de achterkant van de knie. Dit komt vrijwel altijd van binnenuit.
  2. Mok die niet in de kootholte zit.
  3. Schilfers en eelt-achtige verdikkingen bij de kroonrand, deze worden rap of rasp genoemd.

In de eerste twee gevallen kun je de rasp meestal het beste weg krijgen door te behandelen als mok; dus van binnenuit bestrijden.

Bron: www.abcreatief.com